
Bij het openen van een nieuw filiaal, het uitbreiden van een bestaande locatie of het overnemen van een concurrent bestaan reële risico’s waar je als retailer mee te maken kunt krijgen. Precies voor die situaties bestaan opschortende en ontbindende voorwaarden. Mits ze goed zijn geformuleerd. En daar gaat het in de praktijk regelmatig mis.
Je hebt een mooie locatie op het oog. Een voormalig warenhuis, een vrijkomend bouwmarktpand of een nieuwbouwunit in een retailpark. De prijs klopt, de ligging is prima en je wil de deal sluiten, maar niet zonder de nodige zekerheid. Want wat als de financiering toch niet rondkomt? Of als de gemeente de verbouwingsvergunning weigert? Wat als de Raad van Bestuur intern de goedkeuring niet geeft? Dat zijn geen hypothetische scenario’s, maar reële risico’s waar elke retailer mee te maken kan krijgen bij het openen van een nieuw filiaal, het uitbreiden van een bestaande locatie of het overnemen van een concurrent. Welke voorwaarden kun je nu precies stellen om te voorkomen dat het misgaat?
Wie een bedrijfspand of winkellocatie koopt, wil zich vaak kunnen terugtrekken als bepaalde zaken niet lukken. Daarvoor bestaan twee juridische instrumenten die in de praktijk regelmatig worden ingezet, maar lang niet altijd goed worden begrepen.
Een opschortende voorwaarde betekent dat de werking van de koopovereenkomst afhankelijk wordt gemaakt van een toekomstige onzekere gebeurtenis. De koop gaat pas definitief door als aan een bepaalde voorwaarde is voldaan. Zolang dat niet het geval is, bestaat er juridisch gezien nog geen definitieve koopverplichting. De deal ligt als het ware op pauze: beide partijen weten wat er moet gebeuren om hem definitief te maken, maar tot die tijd is niemand volledig gebonden. In de retailpraktijk gaat het dan vaak om het verkrijgen van bankfinanciering, het rondkrijgen van een omgevingsvergunning, planologische medewerking van de gemeente of een intern goedkeuringsbesluit van de aandeelhoudersvergadering of het bestuur.
Een ontbindende voorwaarde werkt precies andersom. De koop is al gesloten zodra beide partijen tekenen, maar er is een vangnet ingebouwd: als een bepaalde gebeurtenis zich voordoet – of juist niet voordoet – kan de overeenkomst worden teruggedraaid. Denk aan een definitieve weigering van de verbouwingsvergunning, een tegenvallende uitkomst van een technisch onderzoek of het uitblijven van financiering na een bepaalde termijn.
Voor een retailer zijn beide instrumenten cruciaal. Ze bieden de ruimte om een deal te sluiten en de locatie vast te leggen, zonder jezelf onnodig in de vingers te snijden als de randvoorwaarden niet op orde komen. Maar dat beschermende effect werkt alleen als de voorwaarden goed zijn geformuleerd. En dat is minder vanzelfsprekend dan het lijkt.
Het probleem ontstaat zodra een voorwaarde te vaag is geformuleerd. Een voorwaarde mag niet zó onbepaald zijn dat partijen of een rechter achteraf niet goed kunnen vaststellen of zij is vervuld. Het uitgangspunt in het contractenrecht is namelijk dat afspraken voldoende bepaalbaar moeten zijn.
Neem dit voorbeeld: “De koop is aangegaan onder de opschortende voorwaarde dat koper voldoende financiering verkrijgt.”
Klinkt logisch, maar wat betekent “voldoende”? Dekt dat 70%, 80% of 100% van de aankoopsom? Telt een lening van de aandeelhouder ook mee, of moet het bankfinanciering zijn? Wat als jij als koper nauwelijks moeite hebt gedaan om financiering te regelen; geldt de voorwaarde dan alsnog? En als de bank een bod doet dat net iets onder je verwachting ligt: is de financiering dan “voldoende” of niet?
Zodra die duidelijkheid ontbreekt, ontstaat er ruimte voor discussie. En discussie over een koopcontract eindigt zelden snel of goedkoop. Een rechter kan een vage bepaling naast zich neerleggen, anders uitleggen dan bedoeld, of zelfs nietig verklaren. In alle gevallen ontstaat er het risico dat de zorgvuldig afgesproken risicoverdeling opeens niet meer geldt.
Diezelfde valkuil geldt voor ontbindende voorwaarden. Formuleer je die als “ontbinding bij onvoldoende verkoopresultaten” of “bij tegenvallende interesse van investeerders”, zonder te definiëren wat “onvoldoende” of “tegenvallend” concreet betekent, dan sta je bij een conflict met lege handen. De wederpartij betwist dat de ontbindende gebeurtenis zich heeft voorgedaan, en jij hebt geen objectief anker om je op te beroepen.
Een voorwaarde kan ook juridisch ongeldig zijn. Dat is het geval als zij in strijd is met dwingend recht, of als sprake is van een zogenoemde zuiver potestatieve voorwaarde: een voorwaarde die volledig afhangt van de wil van één partij, zonder enige objectieve maatstaf. Het klassieke voorbeeld: “De koop gaat alleen door als de koper dat wenst.” Zo’n bepaling biedt geen enkele zekerheid aan de wederpartij en wordt door de rechter niet geaccepteerd.
Wat de situatie extra complex maakt, is dat de kwalificatie die partijen zelf in het contract gebruiken (“opschortend” of “ontbindend”) niet altijd beslissend is. Een rechter kijkt naar de werkelijke strekking van de afspraak en kan die anders kwalificeren dan partijen bedoelden. Het gevolg is dat de zorgvuldig gekozen risicoverdeling door de rechter wordt bijgesteld, op een manier die voor geen van beide partijen prettig is. Zeker niet als je midden in een uitbreidingstraject of overname zit waarbij grote bedragen en strategische keuzes op het spel staan.
Een goed geformuleerde voorwaarde is concreet, objectief toetsbaar en tijdgebonden. In de vastgoed- en projectontwikkelingspraktijk wordt daarom vaak gekozen voor een contractueel ontbindingsrecht in plaats van een voorwaarde die “van rechtswege” werkt. Dat betekent dat ontbinding alleen plaatsvindt als de betreffende partij daar actief, schriftelijk en binnen een afgesproken termijn een beroep op doet. Dat voorkomt discussie over de vraag of de overeenkomst “automatisch” al dan niet is komen te vervallen – een discussie die in de praktijk verrassend vaak ontstaat.
Maak het object toetsbaar
Koppel de voorwaarde aan meetbare feiten of concrete documenten. Denk aan een ondertekende financieringsovereenkomst van een specifieke bank voor een bepaald bedrag, een onherroepelijke omgevingsvergunning (waarbij je ook vastlegt wat “onherroepelijk” precies inhoudt), een vastgesteld bestemmingsplan of een schriftelijk goedkeuringsbesluit van de aandeelhoudersvergadering. Vermijd termen als “voldoende”, “naar tevredenheid” of “naar inzicht”, tenzij je die direct daarna nader definieert. Het doel is dat een buitenstaander op basis van het contract kan vaststellen of de voorwaarde is vervuld, zonder dat hij daarvoor afhankelijk is van de interpretatie van een van de partijen.
Stel duidelijke termijnen
Tot wanneer heb je de tijd om de voorwaarde te laten vervullen? Wat zijn de gevolgen als die termijn verstrijkt zonder resultaat: vervalt de overeenkomst dan automatisch, of moet er een actieve stap worden gezet? En is er een mogelijkheid om de termijn te verlengen, en zo ja, onder welke voorwaarden en met wiens instemming? Onduidelijkheid over termijnen is een van de meest voorkomende bronnen van geschillen in vastgoedcontracten. Door dit vooraf scherp vast te leggen, verklein je dat risico aanzienlijk.
Leg inspanningsverplichtingen vast
Moet jij als koper kunnen aantonen dat je actief hebt geprobeerd de vergunning of financiering te regelen? Of is het voldoende dat je één aanvraag hebt ingediend en het daarna hebt laten zitten? Moet de verkoper meewerken aan een bouwinspectie, documenten aanleveren of toegang tot het pand verlenen zodat onderzoeken kunnen worden uitgevoerd? Dit soort verplichtingen hebben direct invloed op de vraag of een beroep op een voorwaarde geldig is. Spreek dit vooraf expliciet af en leg het vast in het contract.
Regel hoe en door wie de voorwaarde wordt ingeroepen
Moet dat schriftelijk? Aangetekend? Voor een bepaalde datum? En heeft alleen de koper het recht om een beroep op de voorwaarde te doen, of ook de verkoper? In de praktijk leidt onduidelijkheid hierover tot tijdrovende discussies over de vraag of een beroep tijdig en op de juiste manier is gedaan. Een duidelijke procedurele regeling in het contract voorkomt dat.
Of je nu een nieuw filiaal opent, een bestaande locatie verbouwt of een concurrent overneemt: de kans is groot dat je te maken krijgt met opschortende of ontbindende voorwaarden in een koopcontract. Het is verleidelijk om de standaardtekst van een makelaar of de wederpartij als uitgangspunt te nemen; die ziet er immers professioneel uit en is al vaker gebruikt. Maar het is beter om de voorwaarden te formuleren zodat het goed past op deze specifieke situatie.
Heb je vragen over voorwaarden in een koopcontract voor een retaillocatie, of wil je weten of jouw huidige contracten juridisch standhouden? Neem contact op met Eline van der Zwaag van Poelmann van den Broek Advocaten via e.vanderzwaag@pvdb.nl.
We maken onze artikelen met veel aandacht. Zie je toch ergens iets dat niet klopt? Meld het dan via redactie@mixpress.nl
Er zijn nog geen reacties.
Je moet ingelogd zijn om een reactie te plaatsen.


Hoogstraat 110
Postbus 11
5258 ZG Berlicum
Telefoon: +31 (0) 73 503 43 47
E-mail: redactie@mixpress.nl